Spring naar inhoud

De dans ontsprongen

28/04/2012

Dansen is, net als enkele andere bezigheden, zo oud als de wereld. Mensen hebben blijkbaar van nature aandrang om op deze wonderlijke wijze te bewegen. Tegennatuurlijkheid is mij niet vreemd en ik heb dan ook weinig affiniteit met deze vorm van expressie. Dat ik geen fan ben van de horlepiep of klompendans zullen de meeste mensen wel begrijpen.  Maar als ik beken dat ik niet van stijldansen, breakdansen, ballroomdansen, streetdansen, discodansen en balletdansen hou, dan vrees ik toch voor mijn populariteit. Ik vind het heel knap dat twee of meer mensen precies tegelijkertijd hetzelfde pasje kunnen maken, maar om nou te zeggen dat het een lust voor mijn oog is, nee. Ook ben ik niet gecharmeerd van de gekwelde of juist überblije blikken van sommige (lees: vele) dansers.

Maar waar komt deze afkeer van dansen nu eigenlijk vandaan? Het antwoord is even simpel als sneu: zjaloezie, pure zjaloezie.

Al op jonge leeftijd kwam ik erachter dat mijn lichaam niet altijd doet wat mijn hoofd wenst. Het begrip ritme ken ik dan ook alleen van horen zeggen. Niet van voelen. Als ik dans schuren mijn X-benen tegen elkaar en maaien mijn armen ongecontroleerd door de ruimte. Het tragische is dat ik zelf nog wel het idee heb dat het er aardig uitziet maar getuigenverklaringen en nietsontziende (maar wel gewiste) filmopnames laten zien dat dit gevoel totaal misplaatst is.

Wie kent niet de oom die op feesten en partijen het kleine nichtje met een sierlijke buiging ten dans vraagt? Ik niet, mijn ooms keken wel beter uit dan met een harkerig bewegende stok te dansen.

De medezwangeren in mijn eerste zwangerschapscursus lachten hartelijk tijdens de oefening waarbij we met onze dikke buiken moesten dansen. Ze gingen ervan uit dat ik grappig probeerde te zijn.

Als ik vroeger wel eens dansende bewegingen maakte, dachten mijn kinderen dat ik de Sint- Vitusdans verbeeldde, een middeleeuwse ziekte waarbij de patiënt een ziekelijke aandrang heeft om te dansen. En schaamden zich natuurlijk de ogen uit hun kopjes.

Om op feestjes toch geen muurbloem te hoeven zijn, kreeg ik enige tijd terug van H. de gouden tip: hou het klein. Anders gezegd: laat die wild zwaaiende lichaamsdelen achterwege en beweeg zo weinig mogelijk. En ik kan met gepaste trots zeggen dat deze vorm van minimal dance mij als een handschoen blijkt te passen!  Als in het vervolg iemand mij de ietwat onwaarschijnlijke vraag stelt: ‘So you think you can dance?’ zal ik volmondig antwoorden: ‘Yes, I can!’

Advertenties
One Comment leave one →
  1. 28/04/2012 11:08

    Minimal dance, die houden we er in. Beoefen ik ook met overgave..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: